22 November Christus Koning van het Heelal

Met dit feest dat gevierd wordt op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, is de liturgische jaarkring rond. Daarbij is het voor onze Abdijgemeenschap, die woont in het Oord van de Koning, ook nog eens naamfeest.

Jezus is Koning. Het is zijn eigen woord, gesproken tot Pilatus, als antwoord op zijn vraag of Hij, Jezus, de Koning der Joden is. In deze uitspraak komen de ‘Ik ben’- woorden van Jezus in het Evangelie volgens Johannes samen. Bijvoorbeeld: Ik ben het Licht der wereld, de Weg, de Waarheid en het Leven, de Verrijzenis en het Leven, de goede Herder. ‘Ik ben die is’, is de Godsnaam, geopenbaard aan Mozes in het brandende braambos (Ex. 3, 14). Jezus toont hiermee dat Hij het evenbeeld is van God (Hebr. 1, 3) en gezalfd met zijn Kracht. Jezus de Christus, vol van de Geest. Deze kracht die de onbaatzuchtige Liefde zelf is, schenkt Jezus ons tot heil, onze ware vrijheid. Hiermee laat Hij ons zien wat de werkelijkheid van God is. Jezus verlangt ieder mens, geschapen naar zijn beeld en gelijkenis, te genezen tot het leven dat van God komt, het leven dat Hij zelf is. Het Leven waarvan heel de Schepping straalt als wij dat willen zien.

Maar wij zijn kwetsbare mensen, gebroken, ronddolend in het duister op zoek naar licht, verstrikt in illusies van schone schijn en zelfzekerheid. Want we zijn de weg ten leven kwijt. Jezus de onbaatzuchtige Liefde zelf, de Barmhartige, is solidair met ons wel en wee ten einde toe. Hij doorziet ons gekwelde hart, ons tastend verlangen. Hij neemt deze ellende, deze dood op zich. Uit liefde, geheel vrij, sterft Hij deze dood, wordt de macht van de dood (en onze ellende) gebroken en kunnen we uit de kracht van de Geest opstaan ten Leven. Zo is Hij ons Paaslam, de Gekruisigd- Verrezene die voor ons de toegang tot de Vader heeft ontsloten.

Deze Liefde is niet van deze wereld. In mensen die zich hieraan overgeven, die hun hart laten zuiveren en goed worden als God, komt het Rijk van God aan het licht in deze wereld. Want dit rijk is midden onder ons, het is in ons.

En wij die mogen leven in het oord van deze Koning? Als gemeenschap zijn we geroepen om de barmhartigheid van de Heer te ontvangen, er ons aan toe te vertrouwen en elkaar hierin tot steun te zijn. Om te groeien in die onbaatzuchtige Liefde, die ons vernieuwt van dag tot dag. Om met de ogen van een gezuiverd hart, de ogen van Jezus zelf, om te zien naar elkaar, naar ieder die ons pad kruist. Het alledaagse leven van gebed, lectio en arbeid is de School van Liefde, waarin we leerling mogen zijn, een leven lang.