Hoogfeest Christus Koning

… maar deze Koning is gekomen om te dienen

De laatste zondag van het kerkelijk jaar vieren we het hoogfeest van Christus Koning. De zondag erna begint de Advent. Voluit heet dit feest ‘Christus Koning van het Heelal’: niet alleen is Jezus Christus Koning van de hemel, Hij is Koning van álles wat bestaat, het zichtbare en het onzichtbare. Het feest is in 1925 ingesteld door Paus Pius XI, in de periode tussen twee wereldoorlogen in. De paus wilde juist in die periode van oorlog en onrust benadrukken dat er een grotere Koning is dan de menselijke machthebbers: Jezus Christus, die gekomen is om te dienen, niet om gediend te worden. Wat betekent dat voor ons?

Het is veelzeggend dat we in de H. Mis op dit hoogfeest in het Evangelie lezen over de werken van barmhartigheid (Matteus 25:31-46):

Ik had honger en gij hebt Mij eten gegeven.
Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven,
Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen.
Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed,
Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht,
Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht.

Gewoonlijk vráágt een koning van alles van zijn onderdanen: hij wil een deel van de oogst, of diensten voor zichzelf en voor zijn hof, of belasting. Maar Jezus is geen gewone koning: Hij gééft juist! Hij is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen. Hij vraagt ons dat wij Hem herkennen in de mensen om ons heen en dat we doen wat Hij deed. Zó kunnen wij onze Koning dienen: door barmhartig te zijn voor anderen. Hij wil onze oprechte liefde voor Hem ontvangen doorheen onze medemensen.

Alle dingen in het lijstje hierboven zou je zelf ook kunnen doen, maar het is niet uitputtend. Je kunt bijvoorbeeld een gestrande automobilist helpen een band te verwisselen en zo iemands dag weer goed maken. Of je kunt een luisterend oor bieden aan iemand die verdriet heeft, of even échte aandacht geven aan iemand die zich eenzaam voelt.

Jezus vraagt je niet om de wereld te redden, maar om het goede te doen in je dagelijks leven. Dus knoop eens een vriendelijk gesprek aan met een dakloze, en zíe die persoon zoals Jezus hem of haar zou zien. Bid voor die collega, buurvrouw of medestudent met wie je altijd strijd lijkt te hebben, en vraag God om hem of haar te zegenen. Elke dag doen zich talloze situaties voor waarin je een klein straaltje van Jezus’ licht aan een ander kunt doorgeven en een verschil kunt maken. Als je er oog voor hebt.

Lees ook
Thuis
Wie, ík?
Trek je terug in je binnenkamer
“Hij pakte haar hánd?! Zónder te ontsmetten?!”

Meld je aan en ontvang onze berichten in je mailbox