St. Willibrord

Geboren in 658 in het Engelse  Northumbrië , op zevenjarige leeftijd oblaat in het klooster te
Ripon bij York, op zijn 20 ste ingetreden in het Ierse Benedictijnerabdij van Rathmelsigi,
ontvangt Willibrord daar de priesterwijding als hij 30 is. De geleerde en schrijver Alcuinus
(+804) Abt van Tours, zegt over hem dat hij vervuld was van de geest van “peregrinatio”, de
mystieke wens om het aardse thuis te verruilen voor de bekering van heidense volken.

In 690 landde Willibrord met elf of twaalf gezellen op het Katwijkse strand, om in Friesland
te beginnen met de kerstening. Van daaruit bezocht hij een gebied dat zich uitstrekt van de
Lauwerszee tot België en Luxemburg toe. Hij was een doordacht organisator, want als eerste
zocht de bescherming van hofmeier Pepijn van Herstal en verzekerde zich van pauselijke
goedkeuring. In 695 werd hij door paus Sergius I tot aartsbisschop der Friezen gewijd,
waarbij hij de naam Clemens ontving. Zijn zetel te Utrecht werd een oud Romeins fort.
Hij stichtte de Abdij van Echternach, van waaruit hij zijn missietochten voorbereidde.
Vanaf 720 tot aan zijn dood in 736 kon Willibrord zich blijvend in Utrecht vestigen, nadat de
politieke rust na lange jaren was teruggekeerd. Op eigen verzoek werd hij begraven in
Echternach. Hier bevindt zich een deel zijn relieken, evenals in de kathedrale kerk van
Utrecht.