Vaste grond

Foto: Gift Habeshaw – Unsplash.com

Tja, als je over hoop schrijft, móet je ook over geloof schrijven. Want geloof en hoop zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wat is geloof dan eigenlijk? ‘Het geloof is een vaste grond van wat wij hopen, het overtuigt ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen.’( Hebr. 11:1)

Laten we beginnen met die ‘vaste grond’: de schrijver van de Brief aan de Hebreeën zegt dat onze hoop is geworteld in ons geloof in Jezus Christus. Hij is de Zoon van God, en Hij is verrezen uit de dood. Als we niet in Hem geloven, heeft onze hoop geen fundament, geen vaste grond. En die onzichtbare dingen?

Geloven is niet zo gemakkelijk. We geloven tenslotte in Iemand die we niet kunnen zien, wiens stem we niet kunnen horen en die we niet met onze handen kunnen aanraken. We geloven in eeuwig leven met Jezus, maar niemand heeft ooit iemand gesproken die ons kan vertellen hoe dat eruit ziet. Maar als je je geloof voedt en koestert, verandert het de werkelijkheid waarin je leeft.

Ook voor de eerste leerlingen was geloven niet vanzelfsprekend. Ja, ze geloofden dat Jezus de wereld zou veranderen. Maar toen ze ontdekten dat Jezus niet een wereldse koning was die de macht zou grijpen en vanaf een troon het land zou gaan regeren, waren ze diep teleurgesteld en zonder hoop. Denk maar aan de leerlingen die na de kruisiging richting Emmaüs trokken. Onderweg spraken ze over wat er allemaal gebeurd was, en aan een geïnteresseerde vreemdeling vertelden ze: ‘En wij leefden in de hoop, dat Hij degene zou zijn die Israël ging verlossen! Maar met dit al is het reeds de derde dag sinds die dingen gebeurd zijn.’ (Luc. 24:21) Die vreemdeling was Jezus, maar pas toen ze Hem herkenden ‘bij het breken van het brood’ kwamen ze tot geloof.

Er zijn genoeg mensen die wel zouden wíllen geloven, maar het gewoonweg niet kúnnen. Misschien geldt dat voor jou ook wel. De ratio zit het geloof vaak in de weg. Iets is pas waar als we het zelf kunnen zien en er een rationele verklaring voor is. En ook dat is iets van alle tijden. Toen Jezus na Zijn Verrijzenis aan de leerlingen was verschenen, vertelden ze het vol enthousiasme aan Thomas, die er niet bij was geweest. ‘Maar hij antwoordde: “Als ik niet in zijn handen het teken van de nagelen zie en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik het niet geloven.”’ (Joh. 20:25)

Maar hoe dóe je dat dan, geloven? Het woordenboek geeft als definitie van ‘geloof’ onder meer: ‘het vertrouwen in de waarheid van iets’ en ‘een vast en innig vertrouwen op God’. Geloven is dus vertrouwen. En vertrouwen is, net als hoop, een vorm van overgave aan iets dat je niet zelf in de hand hebt. En net als hoop is geloof iets dat je niet zelf kunt realiseren: het is uiteindelijk een genadegave van God. Hij alleen kan het geloof in je hart leggen. Maar het is aan jou om je hart voor Hem open te stellen en Hem het voordeel van de twijfel te gunnen. Daar begint het mee. Want Hij heeft je geschapen met een vrije wil, Hij zal zich nooit aan je opdringen. God houdt zó veel van je, Hij laat jou bepalen hoeveel ruimte je Hem wilt geven in je leven.

Als je christen bent en je hebt soms of vaak moeite om te geloven, dan is dat niet iets om je voor te schamen of om je door te laten ontmoedigen. Iedereen heeft momenten dat geloven moeilijk is, dat geldt ook voor zusters. Bedenk dat geloof gekoesterd en gevoed moet worden om te kunnen groeien. Als je er geen aandacht aan besteedt, kwijnt het weg. Nogmaals: God zal zich nooit aan je opdringen. Zijn liefde voor jou is zo groot dat Hij jou zelf laat bepalen hoeveel plaats Hij mag innemen in je leven.

Probeer eens om elke dag even een paar minuten vrij te maken om te bidden en Jezus te vertellen wat er in je leven gebeurt. Stel Hem je vragen, vertel Hem over je zorgen en je twijfels. Vraag Hem om je te helpen. Dank Hem voor wat je hebt mogen ontvangen. Lees eens een stukje in het Evangelie en laat je raken door Zijn Woord. Het is belangrijk om je geloof te kunnen delen met anderen, volg bijvoorbeeld de Alpha-cursus om je geloof op te frissen.

Als je regelmatig tijd voor Hem vrijmaakt en er een gewoonte van maakt om Jezus te betrekken bij je leven, dan zal Hij je de genade geven die je nodig hebt om te geloven. Je mag erop vertrouwen. Je geloof wordt dan vaste grond onder je voeten en je hoop is gericht op wat je nu nog niet kunt zien: het eeuwig leven met de Verrezen Heer.

En nu heb ik een mooi bruggetje naar de liefde. Want na de hoop en het geloof, moet het de volgende keer wel over de liefde gaan.

Lees ook
Meer hoop
Geduld in de woestijn
‘Gebed verandert de werkelijkheid’
Wie, ík?
Help, ik heb geen kwalitijd!

Meld je aan en ontvang onze berichten in je mailbox