26 januari Hoogfeest van de Stichters van Cîteaux

Onze Orde is begonnen in 1098 in het Bourgondische Cîteaux, vandaar de naam Cisterciënzer monniken/monialen. Niet door één man en op één dag! Drie monniken van de Benedictijnerabdij van Molesme – Robertus, Albericus en Stefanus – hebben in een periode van ruim 30 jaar het charisma van de Orde een structureel fundament gegeven.

Stichters van Cîteaux

De bekende Cisterciënzermonnik Thomas Merton († 1968) schrijft: ‘Het Cisterciënzerleven is in wezen een gemeenschappelijk beschouwend leven, waarin nederigheid, armoede en liefde tot het gemeenschappelijk leven worden beschouwd als middelen om de ziel in afzondering geschikt te maken voor de eenwording met God in mystieke kennis.’

Stefanus Harding had de bijna wonderbaarlijke synthese van wet en liefde bereikt, de geschiktheid om de voorschriften van de Regel van Benedictus ongeschonden en gaaf te zien in de liefde, waardoor zij waren ingegeven en waarin zij worden volbracht.
Zoals een andere Cisterciënzer, Adam van Perseigne (†1221), het verwoordde: ‘De wet is de liefde, die bindt en verplicht.’
Stefanus heeft in feite een aanpassing van de Regel aan de omstandigheden van de twaalfde eeuw tot stand gebracht, het werk van een religieus genie.

In alles vinden wij de vroege Cisterciënzers vervuld van de ‘werkelijkheid’ van het monnikenleven. Zij waren onvermoeibaar in het zoeken naar het onvervalste, naar het authentieke. Trouw aan de strenge Cisterciënzer observantie is de voorwaarde die de monnik in staat stelt zijn ziel te openen voor de zwijgende, inwendige onderrichting van Christus.
Door de Regel te onderhouden en zijn abt te gehoorzamen zet hij zich aan de voeten van Christus, de enige ware Leraar van het inwendige leven. Want het werkelijke werk van de volmaaktheid in de ziel van de monnik moet gebeuren door de heilige Geest, die alleen spreekt tot de wie nederig is.

Nachtelijk waken

Deze nacht verscheen de genade van God
bron en heil voor alle mensen
in Jezus, kind van Bethlehem
zoon van mensen zoon van God
vervulde Davids belofte
stralend Licht dat elk duister breekt.
Sterke God die zo afdaalt
geheel weerloos ons wekt ten leven
uit slapend geautomatiseerd bestaan.
Alleen als ik mijn kudde nachtelijk bewaak
buiten het gevestigd patroon
kan een engel Gods mij raken
in hart en nieren
iets volkomen nieuws aankondigen
ongehoord goddelijk.
Alleen wie waakt in de nacht
het duister niet vlucht op de bres blijft staan
de schat van zijn hart behoedt
te midden van chaotisch geweld
hij ziet het dagen zijn wachten vervuld.
Een engel stoot hem aan
nieuw licht, nieuw geluid
vreugdevolle boodschap
een kind geboren
hier in barre verlatenheid
in jouw eenzaamheid.
Een kind dat definitief
iedere nacht verscheurt
tot Gods vrede.
Ga, zoek, vind
het Kind en zijn Moeder!
Je wordt verwacht!

8 December Maria Onbevlekt Ontvangen

In die tijd werd de engel Gabriël van Godswege gezonden naar een stad in Galilea, Nazaret, tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette, uit het huis van David; de naam van die maagd was Maria. De engel trad bij haar binnen en sprak: ‘Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u, gij zijt de gezegende onder de vrouwen.’ Zij schrok van dat woord en vroeg zich af wat die groet toch wel kon betekenen.

Maar de engel zei tot haar: ‘Vrees niet Maria, want gij hebt genade gevonden bij God. Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen en gij moet Hem de naam Jezus geven. Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.’ Maria echter sprak tot de engel: ‘Hoe zal dit geschieden daar ik geen man beken?’

Hierop gaf de engel haar ten antwoord: ‘De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht heilig genoemd worden, Zoon van God. Weet dat zelfs Elisabet, uw bloedverwante, in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen en, ofschoon zij onvruchtbaar heette, is zij nu in haar zesde maand; want voor God is niets onmogelijk.’ Nu zei Maria: ‘Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.’ En de engel ging van haar heen. (Lucas 1:26-38)

28 November Eerste zondag van de Advent


Uit de liturgie bij de opening van de Advent:

De Engel Gabriël werd door God gezonden naar Nazareth,
tot een Maagd, verloofd met Jozef, uit het Huis van David,
en de naam van de Maagd was Maria.

Hij trad bij haar binnen en sprak:

Verheug U, Begenadigde, de Heer is met U. Gij hebt genade gevonden bij God.

Vrees niet, Maria, de heilige Geest zal over U komen
en gij zult een Zoon ontvangen, die gij de Naam Jezus moet geven.

Verheug U, Begenadigde, de Heer is met U. Gij hebt genade gevonden bij God.

Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste heten
God de Heer zal Hem de troon van David schenken
en Hij zal heersen over Jacobs Huis in eeuwigheid.

Verheug U, Begenadigde, de Heer is met U. Gij hebt genade gevonden bij God.




22 November Christus Koning van het Heelal

Met dit feest dat gevierd wordt op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, is de liturgische jaarkring rond. Daarbij is het voor onze Abdijgemeenschap, die woont in het Oord van de Koning, ook nog eens naamfeest.

Jezus is Koning. Het is zijn eigen woord, gesproken tot Pilatus, als antwoord op zijn vraag of Hij, Jezus, de Koning der Joden is. In deze uitspraak komen de ‘Ik ben’- woorden van Jezus in het Evangelie volgens Johannes samen. Bijvoorbeeld: Ik ben het Licht der wereld, de Weg, de Waarheid en het Leven, de Verrijzenis en het Leven, de goede Herder. ‘Ik ben die is’, is de Godsnaam, geopenbaard aan Mozes in het brandende braambos (Ex. 3, 14). Jezus toont hiermee dat Hij het evenbeeld is van God (Hebr. 1, 3) en gezalfd met zijn Kracht. Jezus de Christus, vol van de Geest. Deze kracht die de onbaatzuchtige Liefde zelf is, schenkt Jezus ons tot heil, onze ware vrijheid. Hiermee laat Hij ons zien wat de werkelijkheid van God is. Jezus verlangt ieder mens, geschapen naar zijn beeld en gelijkenis, te genezen tot het leven dat van God komt, het leven dat Hij zelf is. Het Leven waarvan heel de Schepping straalt als wij dat willen zien.

Maar wij zijn kwetsbare mensen, gebroken, ronddolend in het duister op zoek naar licht, verstrikt in illusies van schone schijn en zelfzekerheid. Want we zijn de weg ten leven kwijt. Jezus de onbaatzuchtige Liefde zelf, de Barmhartige, is solidair met ons wel en wee ten einde toe. Hij doorziet ons gekwelde hart, ons tastend verlangen. Hij neemt deze ellende, deze dood op zich. Uit liefde, geheel vrij, sterft Hij deze dood, wordt de macht van de dood (en onze ellende) gebroken en kunnen we uit de kracht van de Geest opstaan ten Leven. Zo is Hij ons Paaslam, de Gekruisigd- Verrezene die voor ons de toegang tot de Vader heeft ontsloten.

Deze Liefde is niet van deze wereld. In mensen die zich hieraan overgeven, die hun hart laten zuiveren en goed worden als God, komt het Rijk van God aan het licht in deze wereld. Want dit rijk is midden onder ons, het is in ons.

En wij die mogen leven in het oord van deze Koning? Als gemeenschap zijn we geroepen om de barmhartigheid van de Heer te ontvangen, er ons aan toe te vertrouwen en elkaar hierin tot steun te zijn. Om te groeien in die onbaatzuchtige Liefde, die ons vernieuwt van dag tot dag. Om met de ogen van een gezuiverd hart, de ogen van Jezus zelf, om te zien naar elkaar, naar ieder die ons pad kruist. Het alledaagse leven van gebed, lectio en arbeid is de School van Liefde, waarin we leerling mogen zijn, een leven lang.

2 November Allerzielen

Allerheiligen en Allerzielen zijn als twee kanten van een medaille. Met Allerzielen gedenken we onze overledenen, hen die -ons hoe dan ook- dierbaar zijn en blijven. Door ons hen te herinneren houden we in ons hart de band levend. Tegelijk beseffen we dat de dood bij het mysterie van het leven hoort. Als gelovige mensen weten we dat zij met Christus door de dood naar een nieuw leven zijn overgegaan. Dat zij thuis zijn gekomen voorgoed bij de Vader van alle Leven.

De zalige Christian de Chergé, één van de vermoorde monniken van Algerije, schrijft hierover het volgende.

Vandaag worden we uitgenodigd om het gelaat van ellende en lijden, van veroudering en dood te bekijken dat we maar al te goed kennen. Van wie is deze beeltenis van de dood?

Op het gelaat van elk van ons, dat reeds gemerkt is met de weerschijn van stof. Het verwijst mij naar mijzelf. En ik weet dat ik de andere kant van de medaille niet kan bereiken zonder mij op mijn beurt te laten verstarren op deze kant, die zo menselijk en misvormend tegelijk is. De verlaten en onherbergzame kant, de ijzige kant van de maan.

Van wie is deze beeltenis van de dood? Het heilig Aanschijn van Jezus Christus. Sinds we het hebben aanschouwd op het Kruis, kunnen we antwoorden met het geloof van de honderdman, en van elk van onze overledenen getuigen: “Die was waarlijk zoon – dochter van God.”

Wonderbaar mysterie van eenheid met die Mensenzoon die door de dood heenging om ons het beste van God te openbaren. De God die de mens niet kan zien zonder te sterven.

Wanneer de liefde zich meester maakt van de dood, wordt het leven getransfigureerd.

Als we voortaan de dood in de ogen kijken, vergeten we al onze wederwaardigheden.

We worden als het ware van de aarde opgeheven, en bereid alles te belijden dat ons weerhoudt op de terugweg naar huis.

Van wie is deze beeltenis van het leven? Het is de beeltenis van God zelf, op het gelaat van elk van ons. En wanneer de dood zich vereenzelvigt met de adem die men het laatst uitblaast laat ze zich volledig inademen door die andere Adem die murmelt: “Kom naar de Vader”!

6 Oktober Hoogfeest Kerkwijding

De wijding van het kerkgebouw is het symbool en zichtbaar teken van de onzichtbare omvorming van het hart van de gelovigen door de Geest tot gemeenschap, het Lichaam van Christus. Daarom is Kerkwijding het heel eigen feest van de gemeenschap.

Wijdingskruisje
Op de wanden van de kerk bevinden zich 12 wijdings- of apostelkruisjes: 
plaatsen die gezalfd worden tijdens de Kerkwijding,
ten teken dat het gebouw alleen de eredienst toebehoort.









De H. Augustinus, bisschop van Hippo (†430), zegt hierover in een preek voor dit feest:

Dit is het huis van onze gebeden, het huis van God echter zijn wijzelf. Wanneer wijzelf het huis van God zijn, worden wij in de tijd gebouwd, om aan het einde der tijden te worden gewijd. Het gebouw, of liever het bouwen, kost moeite; de wijding daarentegen verschaft blijdschap. Hetgeen geschiedde toen dit gebouw oprees heeft ook nu plaats, waar zij die in Christus geloven vergaderen.

Want wanneer zij beginnen te geloven, worden zij als hout en stenen uit bossen en bergen gehouwen. Wanneer zij onderricht, gedoopt, gevormd worden, worden zij – als in de handen van werklieden en handwerkers – recht en effen gemaakt.

Toch vormen zij het huis van de Heer niet, als zij zich niet in liefde samenvoegen. Als zij zich niet vreedzaam in elkaar voegen; als zij niet, door zich te verenigen elkaar enigermate zouden beminnen, zou niemand hier binnentreden. Daar nu Christus, de Heer, wilde binnentreden om in ons te wonen, zei Hij, als het ware reeds bezig met bouwen:
‘Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander bemint’.
Om u op te heffen uit de bouwvallen van uw oudheid, moet gij elkander beminnen.

Laat uw liefde er op bedacht zijn, dat dit huis tot op onze dagen nog gebouwd wordt over de gehele wereld, zoals voorspeld en beloofd is.

Hoor je mij?

De KNR (Konferentie Nederlandse Religieuzen) heeft een nieuwe roepingenpagina: Hoor je mij? Verschillende gemeenschappen van zusters presenteren zich op deze pagina. Ook wij zijn er te vinden.

Soms kun je het gevoel hebben dat het allemaal anders moet of dat je iets anders zou willen met je leven. Omdat bij alles wat je doet de vraag in je blijft klinken: is dit het nou ? Iets in je blijft onvervuld. Er blijft iets knagen. Ergens weet je wel dat het met je geloof te maken heeft. Maar je vraagt je af wat God van je wil. Kan het zijn dat God jou roept om een religieus leven te leiden ? En stel nou dat dat zo is, wil je dat dan ook ? Kun je het ? Wat is er eigenlijk voor nodig om zuster te worden ?

Lees verder

Serie podcasts over Sint-Sixtusabdij Westvleteren

Op Kerknet, de website van de Katholieke Kerk in Vlaanderen, is een mooie serie podcasts te beluisteren over onze broeders van de Sint-Sixtusabdij in Westvleteren.

Je kent ‘Westvleteren’ ongetwijfeld van het bier. Maar dat is niet de kern van het leven de broeders. Documentairemaker Leo de Bock leefde een week met de broeders mee, en maakte er een serie van zeven podcasts over.

Lees verder