Hoe word je zuster?

Voor een intrede en definitieve verbinding met onze gemeenschap gaat er een hele periode van kennismaking en toetsen van de roeping vooraf. Kennismaken met ons leven begint altijd met bezoeken aan het gastenhuis. Je komt af en toe voor een weekend of voor een paar dagen. Je ervaart de stilte, je woont het officie (het getijdengebed in de kerk) bij, je spreekt met de novicenmeesteres en je ervaart wat een verblijf in het klooster met je doet.

“Wanneer een nieuweling zich voor het monniksleven komt aanmelden, mag haar de intrede niet gemakkelijk gemaakt worden, maar men doet wat de Apostel zegt:
“Beproef de geesten, of ze uit God zijn”.

– Regel van de H. Benedictus –

Meeleven

Een volgende stap in het proces van onderscheiding van je roeping kan zijn om voor korte of langere tijd met ons mee te leven. Je ervaart het monastieke leven binnen het slot. Je spreekt regelmatig met de novicenmeesteres. Meeleven is geheel vrijblijvend, je bent tot niets verplicht.

Intreden

Als we het er samen over eens zijn dat het Cisterciënzerleven in Koningsoord jouw roeping zou kunnen zijn, dan kun je vragen om te mogen intreden. Word je aanvaard, dan stellen we de datum van intrede vast.

Zijn er voorwaarden?

Om religieuze te worden, hoef je niet heilig te zijn, of heel vroom. Er is geen speciale opleiding vereist. Wel is het belangrijk dat je emotioneel volwassen bent, en in geestelijke en lichamelijke gezondheid verkeert. Je bent Rooms-Katholiek (of hebt het verlangen dat te worden). Je bent ongehuwd en ook niet anderszins (financieel) gebonden. Je houdt van het gebed en de liturgie. Je wilt je religieuze leven gestalte geven in een gemeenschap van zusters. Het belangrijkst is dat je God wilt zoeken in de stilte en de afzondering.

Doel van de monastieke weg is een groeiende omvorming van de persoon tot gelijkenis met Christus
door de werking van Gods Geest.


– Ratio Institutionis –

Postulaat

Met de intrede begint een nieuwe fase, die van het postulaat. Dit is een periode van oriëntatie. Je leeft mee met de gemeenschap en leert ons leven beter kennen. Je ervaart of je het intensieve leven in een gesloten gemeenschap en de strikte dagorde aankunt. Het postulaat duurt een jaar.

Noviciaat

Als het postulaat naar tevredenheid is doorlopen, wordt er een datum vastgesteld voor de inkleding. Je ontvangt dan het habijt van de Orde, maar legt nog geen geloften af. Er begint een nieuwe fase: die van het noviciaat. In deze fase begint de vorming in het monastieke leven, onder begeleiding van de novicenmeesteres. Als novice leef je nog niet helemaal in de gemeenschap. Je hebt geen eigen verantwoordelijkheden. Het noviciaat duurt minimaal twee en maximaal tweeënhalf jaar.

Tijdelijke professie

Als het noviciaat ten einde loopt, mag je vragen om tot de gemeenschap te worden toegelaten. De gemeenschap zal hierover stemmen. Als je wordt toegelaten, leg je de tijdelijke geloften af. Dit zijn de geloften van stabiliteit, gehoorzaamheid en monastiek levensgedrag. Deze fase van een groter engagement met de gemeenschap duurt minimaal vijf jaar. Als tijdelijk geprofeste ontvang je verdere vorming in het monastieke leven.

Plechtige professie

Na minimaal vijf jaar tijdelijke professie en ingroei in de gemeenschap kun je vragen om je definitief te mogen engageren met de communiteit. De gemeenschap zal opnieuw stemmen. Word je toegelaten, dan leg je dezelfde geloften af als voor de tijdelijke professie, maar nu voor de rest van je leven.